Dick de Jong
In 2012 kocht het Amsterdamse Van Goghmuseum het werk De Knot-wilg, een waterverftekening uit 1882. Het daarmee gemoeide bedrag van anderhalf miljoen euro staat in schril contrast tot de negatieve waarde die de gemiddelde eigenaar van de in de natuur – gelukkig – nog veelvuldig voorkomende boom, de knotwilg, er aan toekent. Hij staat veelal de boeren in de weg, want hij vergt onderhoud en dat kost tijd, dus geld. Maar gelukkig zijn er velen een andere mening toegedaan: de knotwilg is een onlosmakelijk deel van ons prachtige polderlandschap. Wees er zuinig op. Laten we hem waarderen en als waardevol beschouwen. De boom hoort in ons landschap. Bepaalt er al eeuwenlang het beeld.
Een wilg aanplanten is eenvoudig. Steek een wilgentak tot zo’n 80 cm in de grond en hij loopt uit. De knotwilg is een wilg die enkele jaren na de aanplant op circa 1½ tot 2 m hoogte wordt afgezaagd. Daarna ontstaan takken als uitlopers, die om de zoveel jaar worden geknot door de nieuw uitgelopen takken weg te nemen. De verdikking aan de basis van de uitlopers vormt de knot waaraan de knotwilg zijn naam dankt. De knotwilg wordt traditioneel op grote schaal in laaggelegen gebieden aangeplant langs wegen en sloten. Voor geriefhout en versteviging van de slootoevers met hun wortels, op plekken waar de koeien bij het drinken de toch al drassige kanten dreigen te vertrappen. Knotwilgen hebben een veel bredere belangrijke functie. Knotwilgen met hun karakteristiek gevormde rijen zijn landschapselementen in de weilanden, die aandacht verdienen. Onderhoud is nodig, anders krijgt de natuur er grip op en waaien de bomen met hun veel te groot geworden takkenlast om. Knotten en ook stikken (het ontdoen van te veel jonge uitlopers) moet met regelmaat gebeuren, eens in de zoveel jaar. Een knotwilg kan bij regelmatig onderhoud zo’n honderd jaar oud worden. Het knotten, gebeurt tegenwoordig vaak door vrijwilligers. Mensen met liefde voor de streek, die op gezette tijden actief zijn.
In de humusrijke knot van oudere bomen groeien vaak planten of struiken. Het binnenste deel van een knotwilg kan gemakkelijk gaan rotten en in dit laagje kunnen daardoor zaden ontkiemen. Zo biedt de wilg niet alleen een thuis voor vogels en insecten, maar ook voor uiteenlopende soorten planten. Snelgroeiende planten als de vlier of lijsterbes kunnen dan gemakkelijk een knotwilg splijten. Zo ontstaan holtes in de stam, die onderdak bieden aan vogels, zoals spechten en uilen. Ook veel insecten vinden er een verblijf, evenals kleine knagers als muizen. De jonge scheuten zijn weer ideaal voor bijen en andere bestuivers. Veel vogels zoeken er bescherming. Eenden maken nogal eens een nest in de knot. De wilg biedt ook een goede broedplek voor andere vogels en functioneert zelfs als een insectenhotel. Onder de schors leven veel soorten ongewervelden zoals pissebedden, duizendpoten en spinnen. BESCHERMING Knotwilgen zijn multifunctioneel in het weidelandschap. Ze hebben esthetische waarden. En ze bieden ook bescherming aan vee tegen zon, wind en regen. Ook luwte aan de wandelende poldermens. Vee eet graag de bast, het blad en de twijgen van de wilg. Die zijn een bron aan mineralen en eiwitten. Aanplant in een weide waarin
vee loopt vergt bescherming rond de voet. Ook kleinere dieren hebben baat bij de aanwezigheid van wilgen. Kippen scharrelen verder wanneer zij zich kunnen verschuilen voor overvliegende roofvogels.
De gesnoeide takken worden aan konijnen of geiten gegeven. Een paar gevlochten wilgentakken met wat hooi ertussen is uitstekend speel- en knaagmateriaal voor kleinere dieren.
Een knotwilg heeft ook economische waarde. Het hout is in vele verschijningsvormen een ideale basis voor allerhande producten. Zo werden er vroeger veel manden, fuiken en klompen gemaakt van wilgen. Dit vlechtwerk is een oeroud ambacht dat al in de prehistorie werd bedreven. Ook werden er vlonders van gebreid, waarop het hooi boven de stal werd opgeslagen. Veel hekwerken, die de dammen naar de weilanden afsloten werden gemaakt van geschilde of ongeschilde wilgenslieten.
Van groot belang was het hout om te gebruiken voor werktuigen. Elk dorp had wel een smederij en het ijzeren werktuig dat daar werd gemaakt werd door de boeren voorzien van een wilgenhouten steel of handvat.
Tegenwoordig levert de wilg materiaal voor meubels en papier. Ook hekwerken en schuttingen voor tuinen. Borderranden, sierbogen, tuinbanken. En als brandhout natuurlijk.
Een wilg is een sterke levenskrachtige boom, die het lang kan volhouden. Bestand tegen vervuiling en een veranderend klimaat. Een stabiele basis voor ieders leefomgeving. Elke geplante staak loopt uit en wordt een snelle groeier. De eenvoudige boerenboom heeft zelfs een symbolische betekenis: die van wedergeboorte.
Een oer Hollandse boom, die houdt van een beetje water. In de medische wereld wordt de wilg ook toegepast. Het zit als koorts verlagend en bloed verdunnend middel in aspirine. Bij pijn werkt een kompres met wilgenblad vaak verlichtend. Zelfs vee eet het van nature bij pijn. En niet onbelangrijk: wilgenhout houdt veel CO2 vast.
De knotwilg is een natuurlijke schoonheid, knoestig en weerbarstig. Met een bijzondere kleurrijke bast, voorzien van een takkenpruik van ranke wilgentenen.
De knotwilg moet in de toekomst blijven bestaan. In tijden van economische groei, waarin efficiency voor alles gaat, moet de mens daarvoor maatregelen nemen. Het gaat immers om ons karakteristieke landschap.
Zo zijn er meer acties nodig om nieuwe knotwilgen aan te planten en om ze te knotten. Mogelijk kan hierbij een combinatie worden gemaakt met andere zaken die van belang zijn voor het welzijn van de mens. In de buitenlucht actief zijn, is goed. Het uitoefenen van voldoende lichaamsbeweging eveneens, het opdoen van voldoende immuniteit is een must. Combineer al deze gezonde zaken en ga elk jaar, van november tot en met februari, aan de slag. Pas wel op en houdt de veiligheidsregels in acht.