Uniek slagenlandschap

Uniek slagenlandschap

Foto en tekst: Joost Verweij

De ruige veenmoerassen in de Alblasserwaard werden vanaf de 11de eeuw in cultuur gebracht door verwijdering van de begroeiing en de aanleg van een afwateringssysteem. Dit ontginningswerk werd gedaan door kolonisten welke stukken land (kavels) toebedeeld kregen. Deze kavels bestonden uit stroken van ruim 100 meter breed en met een diepte van 1200 tot 3000 meter. De diepte van de ontginningskavels werd bepaald door de ontginningsassen tussen de rivier de Lek, de veenriviertjes de Alblas en de Giessen en de rivier de Merwede.

Door het graven van greppels en sloten en de aanleg van kades en lage dijken werden deze kavels geschikt gemaakt voor landbouw. De langgerekte stroken land werden ook ‘copen’ genoemd en vormden met elkaar het zogenaamde slagenlandschap. Dwars op de greppels en de kavelsloten werden weteringen gegraven, vanaf de dijk gezien waren dit een voorwetering en een achterwetering en bij lange kavels soms ook een middenwetering.

In de lengterichting van de kavels werden oude waterlopen verbreed of nieuwe gegraven (vliet) voor directe afwatering op de rivieren of afvoer van het water via veenriviertjes naar de randen van de waard waar het water direct op de rivieren de Merwede en de Lek werd geloosd.

Rond 1270 werd de ontginning als voltooid beschouwd en was sprake van een natuurlijke afwatering, waarbij het overtollige water naar de laagste delen van de waard stroomde. Dit kwam door de afhelling binnen de waard van oost naar west waarbij de westelijk gelegen delen hinder ondervonden van het overtollige water uit de oostkant van de waard zoals de hoger gelegen Vijfheerenlanden.

De ontginning van de veengronden heeft de Alblasserwaard haar bijzondere karakter gegeven met de verschillende watergangen, de molens, de sluizen en gemalen en de monumentale boerderijen. De ontginningsblokken (slagenlandschap) leverde nieuwe landbouwgronden op en vormde de basis van de dorpen langs de veenriviertjes met hun kenmerkende lintbebouwing. Deze dorpen hebben samen met de dijkdorpen hun oorspronkelijke landelijke karakter grotendeels behouden.

Deel op: